paus FranciscusMaandag 22 december heeft paus Franciscus zijn jaarlijkse kersttoespraak gehouden voor de curie van het Vaticaan. De paus waarschuwde zijn naaste medewerkers onder meer voor vijftien valkuilen van zondig gedrag, of ‘kwalen’, die voor de bestuurders op de loer liggen. ‘De curie is altijd verplicht zichzelf te verbeteren’.

Als het over de curie gaat, gaat het om de mensen die voor de heilige Stoel werken in het Vaticaan, de medewerkers van de paus. Zij worden jaarlijks toegesproken door de paus en daarbij aangemoedigd en gestimuleerd om onder meer zelfkritisch naar hun eigen werk en houding te kijken en hun werk zo goed mogelijk te doen. De paus waarschuwde dit keer voor vijftien kwalen waaraan medewerkers van de curie niet mogen lijden.

Paus Franciscus: de vijftien 'ziekten' van de Curie
Franciscus nodigt in zijn kersttoespraak zijn medewerkers uit om hun geweten te onderzoeken om hun 'zonden' te bekennen. Hij noemt ijdelheid en een gevoel van essentieel belang, evenals 'geestelijke Alzheimer' en het hamsteren van geld en macht. De paus spreekt ook van gesloten kringen en wereldlijke winst, evenals het 'terrorisme van roddel'

15 ‘ziekten’ opgesomd en uitgelegd, een voor een in detail. In zijn tweede kersttoespraak tot de Romeinse curie identificeert en verklaart paus Franciscus de 15 zonden en nodigt hij iedereen uit om God's vergeving te vragen. Dezelfde God die 'in armoede in een grot in Bethlehem wordt geboren om ons de kracht van nederigheid te leren', en niet door het 'uitverkoren' volk maar door het 'arme en eenvoudige' werd verwelkomd. Paus Franciscus vraagt zijn medewerkers om hun geweten echt te onderzoeken ter voorbereiding op de biecht vóór Kerstmis.

Gepubliceerd in de NRC 22-10-2018 

1

Voor het eerst rekent een meerderheid van de Nederlandse bevolking zich niet tot een religieuze groepering. In 2017 gaf minder dan de helft (49 procent) van de bevolking van 15 jaar of ouder aan tot een religieuze groep te behoren. Een jaar eerder was dat nog de helft en in 2012 behoorde nog ruim de helft (54 procent) tot een religieuze groepering. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn.

In 2017 was 24 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder rooms-katholiek. Verder was 15 procent protestant: 6 procent gaf aan Nederlands hervormd te zijn, 3 procent gereformeerd en 6 procent zei te behoren tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Daarnaast was 5 procent vorig jaar moslim en gaf 6 procent aan tot een ‘andere’ religieuze groep te behoren, zoals de joodse of boeddhistische.

Religieuze Nederlanders zijn nu in de minderheid

Voor het eerst noemt meer dan de helft van de Nederlanders zichzelf in onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek niet-religieus. Net iets minder dan vijftig procent rekent zichzelf tot een religieuze of levensbeschouwelijke groepering, zo schrijft het CBS in een studie die het maandag 17 december 2018 publiceerde.

We maken onze eigen cocktail van religies

Voor een groeiende groep mensen, zegt hoogleraar André van der Braak, doen de grenzen tussen religies er niet meer toe. Het aantal christenen neemt af, maar nieuwe groepen staan op. 

De ontkerkelijking en teruggang in het christelijk geloof blijft doorzetten in Nederland. Daar staat tegenover dat jonge kerkleden juist steeds gemotiveerder zijn. Bovendien vormen de christenmigranten een steeds belangrijkere christelijke geloofsgroep. Dit wordt duidelijk uit het SCP-rapport ‘Christenen in Nederland: kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’ dat vandaag is gepubliceerd.

Onder de jonge kerkleden neemt de betrokkenheid bij kerk en geloof steeds meer toe. Zij typeren zichzelf vaker als uitgesproken gelovig en geloven zonder enige restrictie in God, de Bijbel en een leven na de dood. Daarnaast wonen er in Nederland ongeveer 1 miljoen christenmigranten, evenveel als het aantal moslims. Zij vormen een belangrijke christelijke geloofsgroep in ons land. Migrantenkerken spelen een belangrijke rol bij de integratie van deze groep. Onder meer met allerlei vormen van steun zoals taallessen en hulp met solliciteren. Christenmigranten zelf zijn vaak verbaasd en soms ook teleurgesteld over het seculiere karakter van de Nederlandse samenleving.

 (Publicatie van de NOS op woensdag 19 december 2018)

De ontkerkelijking in Nederland zet door. Een nog altijd groeiend aantal mensen beschouwt zich niet als lid van een christelijke gemeenschap. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat vandaag is gepubliceerd.

Driekwart van de Nederlanders zegt dat kerken weinig of niet aansluiten bij hun visie op de zin van het leven, blijkt uit het onderzoek. Twee van de drie mensen hebben weinig tot geen vertrouwen in kerken of religieuze organisaties.

De daling doet zich voor in de meeste kerken, met uitzondering van een aantal orthodox-protestantse kerken. De grootste daling is te zien in de rooms-katholieke kerk, die de laatste jaren ook geteisterd wordt door schandalen. De afgelopen 35 jaar is het aantal Nederlanders dat zich tot die kerk rekent, gekelderd van 28 naar 9 procent. Het aantal protestanten halveerde ruimschoots, van 18 naar 6 procent.

Gelezen in Trouw, Nico de Fijter – 22 oktober 2018
Passion Leeuwarden

Hoe religieus is Nederland? Die vraag laat zich niet eenvoudig beantwoorden. Ja, de meeste kerken hebben het onverminderd moeilijk: het aantal kerkleden blijft dalen, net als het kerkbezoek, dat veelal grijzer wordt. Maar maakt dat Nederland minder religieus?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek zegt van wel. Aan de hand van nieuwe cijfers concludeert het CBS dat voor het eerst in de geschiedenis meer dan de helft van de Nederlanders zich niet-religieus noemt. Eind jaren negentig beschouwden zes op de tien Nederlanders zichzelf nog als religieus, in 2010 was dat 55 procent, twee jaar geleden iets meer dan 50 procent. En nu: 49,3 procent.

Religie zonder kerk

Maar er is een probleem met die maandag verschenen CBS-cijfers. Het statistiekbureau – dat in zijn onderzoek overigens gedateerde namen van kerkgenootschappen hanteert – legt een nauw verband tussen kerkelijkheid en religiositeit. Het CBS maakt ze bijna tot synoniemen. Nu ligt het inderdaad voor de hand om te concluderen dat wie zich kerkelijk noemt ook religieus zal zijn. Maar het CBS gaat voorbij aan de groep mensen die zichzelf wel religieus noemt, maar niet kerkelijk is.